Hybride of all-electric warmtepomp
Van energieverbruik naar woningprestatie
Een gemiddelde eengezinswoning in Nederland heeft een woonoppervlak van circa 120 tot 130 m² en wordt bewoond door 2 tot 3 personen. Het jaarlijkse warmteverlies van een woning (bijvoorbeeld bouwjaar rond 1976 met een cv-installatie) ligt vaak tussen de 190 en 250 kWh/m² per jaar, afhankelijk van isolatie en gebruik. Door isolatiemaatregelen kan dit warmteverlies aanzienlijk worden teruggebracht. Wanneer dit daalt naar bijvoorbeeld 70 tot 90 kWh/m² per jaar, is het energieverbruik al meer dan gehalveerd. Dit heeft grote invloed op de keuze voor een verwarmingssysteem.
Is jouw woning klaar voor all-electric?
Een all-electric warmtepomp vraagt om een goed geïsoleerde woning en een lage temperatuur verwarmingssysteem. Een praktische test is om gedurende een winterperiode te verwarmen met een aanvoertemperatuur van ongeveer 45°C. Wanneer de woning daarmee comfortabel warm blijft, is dat een goede indicatie dat een warmtepomp technisch haalbaar is. Lukt dat niet, dan is de woning doorgaans nog niet voldoende geschikt.
Het bivalente punt: wanneer springt bijverwarming bij?
Warmtepompen verliezen rendement bij lage buitentemperaturen, vaak rond of onder de 7°C. Op dat moment schakelt een elektrisch element of aanvullende warmtebron bij om het tekort aan vermogen te compenseren. Dit omslagpunt wordt het bivalente punt genoemd. Bij de keuze voor een all-electric systeem is het belangrijk om dit punt goed te kennen. Het bepaalt namelijk hoeveel elektriciteit de installatie in de praktijk extra verbruikt.
Belang van isolatie en afgiftesysteem
Wanneer een woning goed is geïsoleerd en is uitgerust met een lage temperatuur afgiftesysteem, zoals bijv. vloerverwarming, kan een warmtepomp met een gunstiger bivalent punt worden toegepast. Dit leidt tot een lager energieverbruik, maar vaak ook tot hogere investeringskosten. Hier wordt duidelijk waarom isolatie en het aanpassen van het afgiftesysteem meestal de eerste en belangrijkste stappen zijn in verduurzaming. Bij de berekening van het werkelijke verbruik is het bovendien belangrijk om rekening te houden met:
- warmteverlies van het boilervat
- elektrisch bijverwarmen tijdens koude periodes
- energieverbruik voor ontdooicycli van de warmtepomp
- modulatie vermogen